Hoe zorgen we voor een financieel weerbaardere cultuursector? Welke ideeën zitten in de dop en zijn ze realistisch? Zijn ze wenselijk? Welke stappen moeten we zetten? Welke lessen trekken we uit het verleden?

In de aanloop naar het debat over financiële veerkracht vroeg De zaak cultuur - een consortium van 14 partners - aan 12 spraakmakers om een brief te schrijven vanuit het jaar 2030. In die imaginaire toekomst staat het culturele ecosysteem er financieel uitstekend voor. De brieven blikken terug op de periode 2020-2030 en beschrijven de stappen die naar een toekomstbestendig cultureel ecosysteem geleid hebben.

Het debat op 4 december destilleerde de kernideeën uit die brieven en legde ze voor aan een expertenpanel: Sigrid Bousset (onafhankelijk cultuurmanager in de letteren), Dominique Savelkoul (directeur Mu.ZEE en Permekemuseum), Jeroen Sleurs (directeur Gezinsbond) en Marijke Vandebuerie (directeur Film Fest Gent).

Bekijk het debat hier:

Huidig systeem verder ontwikkelen

Verscheidene spraakmakers stellen in hun brieven manieren voor om het huidige systeem te laten evolueren naar een betere versie van zichzelf. Zo pleit professor Bart Van Looy voor prijsdiscriminatie: bied goedkope tickets aan en daarnaast duurdere, waaraan dan exclusieve voordelen verbonden zijn. De panelleden vinden zulke pistes zeker de moeite van het onderzoeken waard. 

Het voorstel waarop het panel het diepst ingaat, is echter dat van professor fiscaliteit Michel Maus, die vindt dat we de fiscale ondersteuningsmaatregelen nog zouden moeten uitbreiden en ons vooral zouden moeten richten op fiscaal gestuurde publiek-private samenwerkingen. Het panel vindt vrij unaniem dat er nog ruimte is om maatregelen zoals de nu bestaande tax shelter uit te breiden. ‘We staan nog maar aan het begin ervan’, stelt Sigrid Bousset. Ze denkt daarbij evengoed aan sponsoring, donaties, legaten en investeringsfondsen. Maar ze benadrukt dat zulke formules enkel wenselijk zijn in aanvulling op overheidsfinanciering. 

Marijke Vandebuerie is het daarmee eens. Zo is de tax shelter een belangrijk instrument gebleken voor een duur medium als film. ‘Maar’, zegt ze, ‘aangezien de economie het nu moeilijk heeft, gaat de audiovisuele sector wel uit van een terugval op dat vlak. Dat is een nadeel.’ 

De panelleden plaatsen nog enkele kanttekeningen bij het thema. Sigrid Bousset heeft het over de zware planlast. Om precies uit te zoeken welke instrumenten en subsidiekanalen beschikbaar zijn, hebben organisaties haast een extra medewerker nodig. De tijd ontbreekt. Een en ander mag dus wat eenvoudiger. Dominique Savelkoul, die vijf jaar kabinetsmedewerker was bij voormalig minister van Cultuur Sven Gatz, heeft het over ‘een 150-tal subsidielijnen’. De sector vindt zijn weg moeilijk in die veelheid, en hetzelfde geldt voor het departement Cultuur zelf. Pasklare antwoorden hoe die vereenvoudiging er dan moet uitzien, zijn er evenwel niet. ‘Daarvoor is de sector te divers en te flexibel - hij verandert voortdurend.’ Daardoor kan er ook nooit sprake zijn van één enkel instrument of één enkele oplossing.

Marijke Vandebuerie snijdt nog aan dat instrumenten zoals publiek-private samenwerkingen en sponsoring veelal interessanter zijn voor de meer populaire genres zoals fictiefilms met grote namen op de affiche. ‘Kleine documentaires zullen het altijd moeilijker hebben om dat soort middelen te werven.’
 

Systeemverandering

In plaats van het huidige systeem te laten evolueren, kunnen we ook kiezen voor een radicalere systeemverandering. Michel Bauwens, onderzoeksdirecteur van CommonsTransitions.org, ziet toekomst in een samenleving van commons: gemeenschappelijke goederen worden in stichtingen ondergebracht. Als burger kun je lid worden van zo’n stichting en er een inkomen uithalen. Het gaat hem dan om het delen van know-how, materialen, middelen… Marijke Vandebuerie vindt dat een prikkelend idee. Ze verwijst naar jonge filmmakers en het belang van vroeg in de carrière te worden opgepikt. Gebeurt dat niet, dan wordt het later moeilijk om nog carrière te maken in film. ‘Eigenlijk is er nood aan een open ruimte waar jonge makers hun talenten kunnen ontwikkelen samen met andere makers’, vindt ze.

Bij futurologe Catherine Van Holder horen we een pleidooi om meer waarde te hechten aan kunsten die op exploratie gericht zijn, juist omdat die het systeem doen vernieuwen. Investeren in de rand van het bos, kortom, niet enkel in het bos zelf. Dominique Savelkoul: ‘Dat spreekt vanzelf. Het experiment, het kleinschalige, de grote diversiteit is wat onze cultuursector bijzonder maakt. Het is de humus waaruit een sector groeit.’

De emancipatie van de kunstenaar

Muzikante en theatermaakster Fleur Khani schrijft: “Maak van de kunstenaar zelf de economische spilfiguur van de sector. Dan kan ze zelf de economie rond haar eigen carrière vormgeven en een zakelijk model ontwikkelen dat op maat is van haar werk. Dit zorgt ervoor dat de kunstenaar wendbaarder en weerbaarder wordt.” 

Hoewel Sigrid Bousset niet houdt van de uitdrukking ‘emancipatie van de kunstenaar’ - omdat het zo lijkt alsof de kunstenaar helemaal niet geëmancipeerd is - is ze wel voorstander van het idee. Toch vindt ze niet dat kunstenaars naar hun eigen budgetten op zoek moeten. ‘Als de grote makers uit de Golf van de jaren 80 dat allemaal zelf hadden moeten doen, hadden ze maar de helft van hun producties kunnen maken.’ De afgelopen 30 jaar is de cultuursector geëvolueerd tot een belangrijke werkgever. De kunstenaar heeft allerhande omkadering gekregen, zoals die van managers en andere intermediairen. Die omkaderende werknemers hebben vaak vaste contracten van onbepaalde duur. En dat vindt Bousset positief: ‘Alleen hebben de kunstenaars zelf geen contracten, tenzij tijdelijke. Dat is toch een grote discrepantie die ontstaan is en waar we in de toekomst anders tegenaan zullen moeten kijken.’ 

Ze verwijst daarvoor onder meer naar de ideeën rond basisinkomen en eenheidsstatuten die sommige spraakmakers aanraken. Ook Marijke Vandebuerie ziet daar een interessante piste in: ‘Het zou rust kunnen brengen. En ik weet niet precies hoe het er dan uit zou moeten zien, maar we zouden hier absoluut verder over moeten denken.’ Iedereen is het er immers over eens dat de positie van de kunstenaar zelf te precair. En dat geldt niet alleen voor de jonge of beginnende kunstenaar. Ook voor veel zogenaamde mid-careers blijft het op dat vlak worstelen .

Wanneer we het hebben over de economische emancipatie van de kunstenaar, is het debat over overheidssteun versus marktdenken uiteraard niet veraf. En ook dat debat vergt nuance. Als het panel het over één ding eens is, is het dat er geen zwart-witverhaal geschreven kan worden. Experiment en onderzoek zullen altijd een belangrijk onderdeel van de kunsten zijn. Op dat vlak heeft de overheid een rol te spelen. Maar aanvullende initiatieven blijven wenselijk en nodig. 

Dominique Savelkoul haalt hier het voorbeeld van de grote kunsteninstellingen aan: ‘Die zijn al vaker kop van jut geweest, wegens te groot, te veel middelen, te veel medewerkers. Maar zij krijgen ook de specifieke opdracht om verantwoordelijkheid op te nemen tegenover bijvoorbeeld jonge makers.’ In het beste geval treden er ook wisselwerkingen op. ‘Niet enkel de instelling reikt een helpende hand naar de jonge maker. Nieuwe kunstenaars geven de instelling ook verse lucht.’

Jeroen Sleurs is zeker niet vies is van een term als ‘emancipatie’. Heel de sociaal-culturele sector is immers ontstaan uit een emancipatieverhaal. ‘Ik denk niet dat het verkeerd is wanneer kunstenaars erover nadenken hoe ze voor een stuk financieel zelfstandig kunnen worden’, zegt hij. ‘Het zou ervoor zorgen dat ze hun onafhankelijkheid kunnen bewaren.’

Blijft uiteraard het vraagstuk van economische versus maatschappelijke waardebepaling. Zodra een term als marktdenken op tafel komt, neigen velen naar een puur economische invulling van het woord ‘waarde’. Net in de kunsten moet er altijd ook voldoende oog blijven voor de minder makkelijke meetbare maatschappelijke waarde van een praktijk.

Digitale evolutie

Niemand twijfelt eraan dat de digitalisering de komende tien jaar spectaculair snel zal gaan. Liggen er vooral kansen of toch eerder gevaren? Marijke Vandebuerie: ‘De audiovisuele sector heeft zich op dat vlak heel sterk moeten positioneren tijdens de coronacrisis.’ Op termijn ziet ze in online kijken echter geen bedreiging voor film in de bioscoop. ‘De ervaring van het grote scherm heeft zoveel meer lagen. Met de komst van de televisie zijn mensen tenslotte ook niet gestopt met cinema.’

Het panel is het erover eens dat we naar een hybride systeem zullen evolueren, waarin digitale en fysieke wereld hand in hand gaan en publieksbinding een belangrijke factor wordt. Een van de grootste uitdagingen lijkt te liggen bij de platformen die de digitale content aanbieden. Marijke Vandebuerie: ‘We hebben al gemerkt dat de wereldspelers geen echt loyale partners zijn in het ecosysteem. Velen zijn zelfs niet bereid hun data te delen.’ Wat bijvoorbeeld met producties die mee gesubsidieerd zijn door een overheid, maar waar vanwege de platformen dan geen enkele bijdrage aan het ecosysteem tegenover staat? Wat als een door de overheid gesubsidieerde film nergens anders dan op dat ene platform beschikbaar komt? ‘Dat is een moeilijk gegeven’, besluit ze.

Zo komt het panel bij een mogelijk alternatief dat Bart Van Looy aandraagt: de oprichting van een community oriented platform. Een platform dus, dat niet enkel in handen is van de grote spelers op de markt, maar van kunstenaars, van collectieven. Het gevolg? Grotere opbrengsten voor de kunstenaars en de mogelijkheid om publieksdata te valoriseren.

De panelleden zien de kansen die in zo’n idee schuilen. Marijke Vandebuerie: ‘Nu is er ook te veel versnippering. Als we willen dat het publiek zijn weg nog naar onze producties vindt, moeten we de krachten bundelen. Nog een voordeel kan zijn dat ook nicheproducten dan makkelijker hun weg vinden. In een van de brieven wordt een nogal grappig voorbeeld gegeven van de verbinding van alle kantklossers ter wereld. Maar dat soort voordelen heeft het digitale effectief. Ik denk dus zeker dat we moeten inzetten op onafhankelijke systemen. Een platform als Netflix draait tenslotte om abonneewerving, niet zozeer om de film zelf. Een onafhankelijk platform zou het accent leggen op de producties zelf en op hun kwaliteit.’

Jeroen Sleurs besluit met een oproep tot voorzichtigheid. Je komt met je cultuursector effectief op een markt die draait rond het verzamelen van data en niets meer. Wil je een meer maatschappelijk of ethische gerichte rol spelen, dan wordt het soms moeilijk om daar tegenop te tornen. ‘Maar we het moeten het proberen.’

Conclusies

Tijdens het debat en in de brieven zijn verscheidene interessante ideeën naar voor gekomen, die we als cultuursector absoluut onder loep moeten nemen. Eén idee of één enkele oplossing voor alles is een illusie. ‘We zitten in een ecosysteem’, besluit Dominique Savelkoul. ‘Dat moet weer in balans komen. In die zin kunnen we van deze crisis gebruikmaken om een en ander in vraag te stellen. We moeten naar een ander normaal, waar het diepmenselijke opnieuw een plaats in kan krijgen. We hebben tijdens de crisis allemaal ervaren hoe belangrijk kunst en cultuur zijn. Daar mogen we fier op zijn. We spelen een heel belangrijke maatschappelijke rol spelen en die mag naar waarde geschat worden.’

Where should we end. Spraak-makers aan het woord.

Wij legden de vraag voor aan twaalf spraakmakers die ons een brief schreven vanuit het jaar 2030. In die toekomst staat het culturele ecosysteem er financieel veerkrachtig voor. In hun brieven blikken onze spraakmakers terug op de periode 2020-2030 en beschrijven ze de stappen die geleid hebben naar een toekomstbestendig cultureel ecosysteem.
 

Omar Mohout

“Net zoals elke waardenketen bestaat het cultuurecosysteem uit verschillende belanghebbenden: wie creëert er waarde, wie distribueert er waarde en vooral wie capteert de waarde? Elke organisatie moet die drie componenten beheersen om duurzaam te blijven”

Laatst gewijzigd: 12/11/2020 - 12:15

Brief Omar Mohout - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Bart Van Looy

“The post COVID-19 era became characterized by the large-scale adoption of community-oriented (cooperative) business practices. Streaming and distribution platforms were set up, governed by artists themselves”

Laatst gewijzigd: 12/11/2020 - 12:14

Brief Bart Van Looy - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Ellen Schoenaerts

"We hadden ons gekeerd tegen het idee van ongebreidelde groei -en terecht- maar in onze reactie legden we een krimp op de menselijke verbeelding."

Laatst gewijzigd: 12/11/2020 - 12:14

Brief Ellen Schoenaerts - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Michel Bauwens

"Door de mutualisering van het inkomen werden cultuurwerkers veel beter in staat om moeilijke momenten door te komen. Iedere cultuurgilde pastte cobudgeting  toe, waardoor de kunstenaars ook zelf konden investeren in de nieuwe projecten van hun leden."

Laatst gewijzigd: 12/11/2020 - 12:15

Brief Michel Bauwens - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Evi Swinnen

“We zaten grondig fout toen we de waarde van cultuur probeerden te vatten in groeicurves, het was een poging om legitimiteit te winnen in tijden van existentiële crisis.”

Laatst gewijzigd: 17/11/2020 - 16:46

Brief Evi Swinnen - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Helen Perquy

“Door de ‘drooglegging der kunsten’ in 2020-2021 werd samenwerking onontbeerlijk om te overleven."

Laatst gewijzigd: 17/11/2020 - 16:44

Brief Helen Perquy - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Fleur Khani

“Maak van de kunstenaar zelf de economische spilfiguur van de sector. Dan kan ze zelf de economie rond haar eigen carrière vormgeven en een zakelijk model ontwikkelen dat op maat is van haar werk.”

Laatst gewijzigd: 19/11/2020 - 12:34

Brief Fleur Khani - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Stijn Baert

" Dat jonge kunstenaars meteen een businessplan moesten voorleggen met een strategie omtrent hoe op middellange termijn zoveel mogelijk burgers van hun kunst te laten genieten. Ik vind het stuitend, als je ziet hoeveel zuurstof het in de Vlaamse cultuursector heeft gebracht. "

Laatst gewijzigd: 17/11/2020 - 16:45

Brief Stijn Baert - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Ama Koranteng-Kumi

“Een bredere blik over de actoren die ons cultureel ecosysteem vormgeven heeft radicale solidariteit in de sector versterkt en ons community waarde en bereik vergroot. Deze solidariteit heeft zich ook vertaald naar het herverdelen van middelen om bij te dragen aan de financiële weerbaarheid van bijv. kleinere actoren, informele collectieven, opkomende kunstenaars, enz.”

Laatst gewijzigd: 24/11/2020 - 16:02

Brief Ama Koranteng-Kumi - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Michel Maus

“maar allez onder  impuls van een paar vooraanstaande kunstenaars en academici hebben ze dan toch ingezien dat een heropleving van de culturele sector eigenlijk ook cruciaal was voor de economische relance van het land”

Laatst gewijzigd: 24/11/2020 - 16:02

Brief Michel Maus - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Catherine Van Holder

“Initieel werd de sector serieus uitgedaagd om - voorbij de hermetische vanzelfsprekendheden en taal - meer in gesprek te gaan met de samenleving en hun rol, (intrinsieke en instrumentele) waarde, rollen en bijdragen toe te lichten. Technologie, wetenschap en data bleken trouwe bondgenoten in het “evidence based” onderbouwen en staven van beweringen. Maar wat een verademing toen de impact op gezondheid, sociale cohesie, de gunstige invloed op de publieke ruimte, etc. eindelijk naar waarde werd geschat. “

Laatst gewijzigd: 24/11/2020 - 16:04

Brief Catherine Van Holder - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Tom Lemahieu

"Het was ook een geluk dat de sector ging experimenteren met prijsdifferentiatie. De boude voorspelling dat dit de sector meer middelen zou opleveren bleek te kloppen. Dat de decreetgever daarop inzette door een borgregeling en meer inkomsten niet af te straffen in geval van succes, durf ik vandaag een gamechanger noemen."

Laatst gewijzigd: 24/11/2020 - 16:03

Brief Tom Lemahieu - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Vooruitkijken is één ding. Leren uit het verleden een ander. We vroegen Annick Schramme (hoogleraar en opleidingsverantwoordelijke van de master in het Cultuurmanagement aan de Universiteit Antwerpen) welke denk- en beleidspistes in het verleden zijn verkend om het cultureel ecosysteem financieel veerkrachtiger te maken. En wat we daaruit kunnen leren. Haar bijdrage lees je hier.

Laatst gewijzigd: 12/11/2020 - 12:13

Annick Schramme - Financiële veerkracht van het culturele ecosysteem

De Zaak Cultuur