Hoe actueel is het lied ‘Small Town’, over Andy Warhol die als jonge kunstenaar niets te zoeken had in zijn geboorteplaats? Trek je als jonge kunstenaar maar beter naar de grote stad? En wat met de cultuurparticipant? Krijgt die alle kansen?

Cultuurorganisaties gingen op zoek naar antwoorden op deze vragen aan de hand van getuigenissen van makers, programmatoren en politici, een onderzoek en een debat.

Groeikansen voor publiek in dorp en stad

De deelname aan cultuur is vrij hoog in Vlaanderen en Brussel. Maar waar kan je participeren, en wie participeert? Groeikansen in cultuur kan je krijgen op veel lokale plekken: de bib, de concertzaal, het repetitielokaal, gemeenschapscentrum, de jeugdbeweging, academie of conservatorium. Uit cijfers en getuigenissen blijkt dat dorp en stad niet gelijk zijn. En dat daarnaast participatie nog een vrij witte aangelegenheid is. Althans, bij het ‘reguliere’ aanbod.
De participatie is groter waar het aanbod groter is

Is er wel degelijk weinig te beleven in landelijk gebied? En is de culturele aantrekkingskracht van de stad wel degelijk zo groot? John Lievens van de Universiteit legde samen met zijn collega’s de resultaten van diverse participatieonderzoeken bijeen om hierop te antwoorden. Zijn eerste vaststelling is alvast dat de culturele levendigheid in Vlaanderen best meevalt, in vergelijking met andere Europese regio’s. 

Een tweede conclusie is dat ook grote Vlaamse cultuurinstellingen het veelal moeten hebben van een regionaal publiek. Dat blijkt uit onderzoek naar de herkomst van bezoekers. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Concertgebouw Brugge, maar evengoed voor de Gentse en Antwerpse musea. Een uitzondering is kunstencentrum Vooruit in Gent, een huis dat een iets landelijker aantrekkingskracht heeft. Ook grote aantrekkingspolen werken dus voornamelijk door op hun veelal stedelijke context. Slechts een minderheid van de cultuurparticipanten rijdt het land rond.

Maar wie zijn dan die cultuurgebruikers en vooral: waar wonen ze? Om dit te achterhalen gaat John Lievens te rade bij de gecombineerde data van de participatiesurveys van 2004, 2009 en 2014 om te achterhalen hoe deelname zich verhoudt tot woonplaats. 

Het bijwonen van klassieke concerten blijkt volgens die data een eerder grootstedelijk fenomeen. Met ‘grootstedelijk’ hebben we het in deze context over de stedelijke regio’s Brussel, Antwerpen en Gent. Als het gaat om niet-klassieke concerten kan je vaststellen dat het gewicht opnieuw ligt in het sterk verstedelijkte Vlaamse centrum, maar tegelijk is er een veel grotere landelijke spreiding. Je kan bijvoorbeeld tot in Diksmuide popconcerten bijwonen. Wat betreft de podiumkunsten opnieuw dezelfde vaststelling: er zijn meer participanten in grootsteden dan in het kleinstedelijke of landelijk gebied. Het bezoeken van musea is eveneens een stedelijk fenomeen, minder in de rand, de kleinstedelijke gebieden of het platteland. Bioscoopbezoek scoort hoog in de surveys: er is dus veel participatie, ook in landelijke gebieden, maar toch is er opnieuw geen gelijke spreiding over Vlaanderen vast te stellen. Hetzelfde geldt ook voor deelname aan erfgoedactiviteiten.

In welke disciplines of sectoren is er dan wél een min of meer landelijke spreiding? 

Voornamelijk in de amateurkunstbeoefening. Hier vind je een grotere regionale spreiding, is er meer participatie in de periferie. De cijfers tonen dus aan dat er wel degelijk een effect speelt van stedelijkheid in cultuurbeleving. En dat hangt vanzelfsprekend ook samen met een beperkter aanbod in landelijk gebied. De surveys tonen aan dat er in landelijk en kleinstedelijk gebied een lagere interesse is in cultuur, dat het aanbod als te klein wordt ervaren en dat het bovendien moeilijk bereikbaar lijkt.

Je zou nog kunnen denken dat er activiteiten zijn die niet-locatiegebonden zijn, zoals thuis films bekijken en romans en poëzie lezen. Maar ook hier stel je vast dat dit soort cultuurparticipatie opnieuw samenhangt met (groot)stedelijkheid. In Gent, Antwerpen en Brussel worden meer boeken gelezen, meer films bekeken. De participatie is dus groter waar het aanbod groter is, en dat geldt bovendien voor niet-locatiegebonden activiteiten.
 

Small town vs big city

De ‘small town’ bestaat dus wel degelijk in Vlaanderen. Tegenover de rest van Vlaanderen met haar kleinere steden en platteland heb je in de grote steden Brussel, Antwerpen of Gent:

  • Meer uithuizige participatie en dit voor klassieke concerten, podiumvoorstellingen, musea, bioscoop of erfgoedactiviteiten. Enkel niet-klassieke concerten kennen een meer gelijkmatige spreiding.
  • Bovendien geldt dit ook voor activiteiten die niét aan een locatie gebonden zijn, zoals films bekijken en literatuur lezen
  • In grootsteden heeft men ook minder te maken met drempels als bereikbaarheid en onvoldoende aanbod. 
     

Het cultuurpubliek van stad en dorp

Tot zover de cijfers. Maar hoe ervaren cultuuractoren het verschil tussen stad en platteland op het terrein?

“Eigenlijk is Limburg één groot platteland, dat heeft voordelen, maar ook nadelen”, zeggen ze bij LIKO, het Limburgs kunstenoverleg: “Een echte cultuurscene is er niet. Anders dan in de steden is er geen vast cultuurpubliek dat elkaar over de kunsten heen ontmoet.” Voor LIKO is het dan ook kwestie om dit om te buigen naar een opportuniteit: “Eigenlijk is er hier één grote speeltuin. Wat speelt er in dit gebied, welke plekken zijn bijzonder? Het is niet verwonderlijk dat er hier zoveel kunst in de open ruimte gemaakt worden, dat er kunstenorganisaties tegelijkertijd in meerdere steden of gemeentes actief zijn. Nomadisch denken kunnen we als geen ander. In plaats van te verwachten dat het publiek naar ons komt, trekken wij naar het publiek. De uitdaging is om dat nomadisch principe buiten de grenzen van Limburg verder te zetten.”

Voor politicus en muzikant Bart Caron is er wel degelijk een stad en een platteland in Vlaanderen. Als contrabassist toert hij in de begeleidingsgroep van Willem Vermandere al jaren door Vlaanderen en Nederland. “In kleinere gemeenten is de betrokkenheid van het publiek op wat je op een podium doet groter.” In kleinere gemeenten is cultuurparticipatie volgens Bart Caron een meer uitgesproken sociaal gebeuren. Mensen gaan vooral naar een culturele voorstelling om elkaar te ontmoeten. Ze zoeken de nabijheid op. 

De stad heeft haar densiteit als grote troef: er zijn meer kunstenaars, er is een groter en diverser publiek, er zijn meer plaatsen om cultuur te tonen. “Dat leidt tot meer confrontatie en vooral tot meer differentiatie in het aanbod.” Het is een intensere biotoop, maar dat wil nog niet zeggen dat kunstenaars een stad nodig hebben om te excelleren.

Dat erkent circusartiest Bram Dobbelaere.  Volgens Bram hangt veel af van hoe moedig en eigenzinnig een cultuurhuis denkt en werkt. “Het verschil tussen een kleine gemeente en een stad is soms klein. Het belangrijkste is dat je je publiek kent. Er zijn verschillen op vlak van logistiek en financiering, maar op inhoudelijk vlak moet alles mogelijk zijn. Als je een kans wil geven aan makers uit je buurt kan je perfect programmeren wat je nodig acht.” 

“Cultuur gaat over betrokkenheid en weerbarstig zijn. Kwantitatief denken doet onrecht aan cultuur, we moeten kwalitatief denken”, zegt burgemeester van Roeselare Kris Declercq. Hij stond mee aan de wieg van het intergemeentelijke samenwerkingsverband rond cultuur in Midden-West-Vlaanderen. Hij wil de verschillen tussen stad en platteland overbruggen door een goede samenwerking waarbij elk lokaal bestuur eigen sterktes inbrengt.

Waarom is het publiek niet divers?

Als je de ambitie hebt om iedereen groeikansen te geven, dan moet het ook wel gaan om iedereen. De reguliere gesubsidieerde cultuur blijft na al die jaren en na vele inspanningen nog steeds een vrij wit gebeuren. Mensen met migratieachtergrond nemen opvallend minder deel aan het aanbod. 

Volgens Mehdi Maréchal, de coördinator van het Vlaams-Marokkaans culturenhuis Darna 
heeft dat niet zozeer te maken met de dichotomie van stad en platteland, maar met de manier waarop er wordt gewerkt in cultuurhuizen. De steden zijn niet per definitie beter bezig dan gemeenten. 

“Er leeft nog de idee dat verschillende gemeenschappen minder interesse hebben in cultuur omdat ze niet komen naar het bestaande aanbod. Maar als je je meer focust op wat je publiek wil, dan kan je iets anders doen. Je moet binnen je team en binnen je publiek sleutelfiguren hebben die je adviseren en die ook aangeven wie ze op het podium willen. Er zijn nu nog te veel parallelle circuits, men repeteert op andere plekken, er is ook andere communicatie, de speelplekken zijn anders. In een stad is het misschien gemakkelijker om hierop in te spelen: er zijn meer subculturen en netwerken en zo kan je meer inzetten op niches. 

Er wordt vandaag nog teveel gedacht dat het gaat om integratie of sociaal-cultureel werk. Het gaat in essentie om ruimte. “Er zijn heel veel professionele werkingen met eigen culturele referentiekaders. Het is de taak van de cultuurcentra om die werkingen ruimte te geven. En dan gaat het niet om het organiseren van een interculturele avond, maar gewoon om het programmeren van artiesten die tot nu toe niet aan bod kwamen maar wel een publiek voor is. Het is het nieuwe WIJ dat we een plek moeten geven.” 
De cultuurwerker blijkt dus niet enkel een facilitator te zijn, maar vaak ook een gatekeeper.

I hate being odd in a small town
If they stare let them stare in New York City
as this pink eyed painting albino
How far can my fantasy go?

Jo Sollie is coördinator van cultuurregio NOORDRAND, bij Brussel: “Er worden veel pogingen gedaan maar het is geen evidente zaak. Het ontbreekt de huizen vaak aan een ander perspectief en andere skills.” 

Dieter Sermeus, artistiek leider van Trix geeft aan dat werken aan diversiteit van je publiek én je eigen organisatie een must is: “Als je dit niet vastneemt ben je binnen 5 jaar niet meer relevant. Op een gegeven moment zal iemand toch eens vragen ‘waarom geven we nog geld aan deze werking’.” 

Het gaat dus allang niet meer over het kunnen afvinken van een inspanning, het gaat om de essentie van een hedendaags cultuurhuis in het Vlaanderen van nu. 
 

Waar vinden kunstenaars groeikansen?

Hoe beleven kunstenaars de context van Vlaanderen en Brussel, van grootstad tot platteland en alles wat daar tussenin ligt? Moeten ze wegtrekken uit de ‘small town’ om kansen te krijgen? Als het gaat om deelname van publiek is er wel degelijk een verschil tussen Bree, Brugge en Brussel. Ervaren kunstenaars dezelfde drempels als publiek? En wat hebben ze nodig om te groeien? 

When you're growing up in a small town
You say no one famous ever came from here

De stad inspireert, maar dat doen rolmodellen ook

Het cliché wil dat kunstenaars uit de periferie naar de stad trekken om daar te ontbolsteren. Een cliché dat gedeeltelijk klopt, zo blijkt uit de getuigenissen van een aantal West-Vlaamse en Limburgse kunstenaars. “Door weg te trekken heb ik veel meer het gevoel gehad dat ik dingen wel zou kunnen”, zegt architecte en kunstenares Ciel Grommen die Borgloon achter zich liet en in Brussel ging wonen.

“Het kunstenaarschap sprak me aan. Maar dat leek buiten mijn bereik. Door weg te trekken heb ik de prikkels gekregen die ik zocht. Ik woon niet in Brussel om ontwikkelingskansen te krijgen, maar ik woon er om geïnspireerd te worden. Ik ben voor Borgloon interessanter geworden door naar Brussel te trekken. En in Brussel kan ik het hebben over het platteland. Zo breng je ook daar een wereld binnen. Het landelijke is ook werkelijkheid.”

Danser en performer Alexander Vantournhout is opgegroeid in Roeselare  en is er geïnspireerd geraakt door wat hij zag en ervaarde via de school, het cultuurcentrum, via kunsteducatie. Hij kon er zijn eerste toonmomenten brengen op een straattheaterfestival. Uiteindelijk liet hij Roeselare achter zich. 

Voor Chika Nina Unigwe was het parcours extra uitdagend. “Voor mijn schrijverschap maakt het niet uit waar je woont. Er is wel een verschil in de consumptie van cultuur. In de stad is er gewoon veel meer aanbod.” Opgroeien met een migratieachtergrond in Turnhout heeft haar geleerd dat niet de stad er toe doet, maar wel je rolmodellen. En hoe je omgeving naar je kijkt. Toen ze solliciteerde voor interimwerk kreeg ze spontaan poetswerk aangeboden. 

Intussen woont ze in de Verenigde Staten en heeft ze tal van boeken op haar naam. “Ik heb al op vier universiteiten les gegeven, met mijn kleur en met mijn dreadlocks. Dat zijn kansen die ik in België niet gevonden heb. “

Het is hard werken in de periferie

Ook in de periferie moet er creatie zijn, dat is de belangrijk voor de dynamiek in het gebied. Maar om te kunnen creëren buiten de Vlaamse ruit moet je net iets harder werken, zo blijkt. 

Tom Ternest van theatercollectief Het Eenzame Westen trekt met zijn voorstellingen rond in heel Vlaanderen. Hij baseert zijn voorstellingen op verhalen uit West-Vlaanderen, bovendien gespeeld in de streektaal. Lokale creatie, universeel verhaal. “Ik denk niet dat je als maker nog een groot probleem hebt als je uit een klein dorp komt. Om een opleiding te volgen trek je naar een grote stad en dan krijg je veel mee. Bovendien is er online ook zoveel mogelijk en als jonge maker kan je veel meer zelf organiseren als je voelt dat het niet in je dichte omgeving gebeurt. Ik denk niet dat er vandaag nog veel kansen ontzegd worden. Als de passie groot genoeg is, ga je zelf op ontdekkingstocht.” 

Toch moest Tom zich een weg naar boven boksen. De eerste drie voorstellingen kon hij maken met de steun van de provincie West-Vlaanderen, maar die weg is afgesneden toen de bevoegdheid rond cultuur naar het Vlaamse niveau werd overgedragen. En dat bleek een drempel. “We zijn er nooit in geslaagd de commissies op dat Vlaams niveau te overtuigen. ‘Te lokaal, want jullie spelen in het West-Vlaams’, was het argument. En ook dat we onze voorstelling onmogelijk konden brengen in de rest van Vlaanderen, hoewel we op dat moment al een mooie tournee konden voorleggen met speelplekken over heel Vlaanderen. Misschien speelt daar de perceptie van de overheid dat gezelschappen uit kleine steden en gemeenten té lokaal verankerd zijn.” Via de recente bovenlokale projectmiddelen is het dan uiteindelijk toch gelukt. 

When you're growing up in a small town
You know you'll grow down in a small town
There is only one good use for a small town
You hate it and you'll know you have to leave

Het is hard werken in de periferie van Vlaanderen. Daar kan het Limburgse Kunstenoverleg van meespreken: “Het is heel confronterend om vast te stellen hoe weinig Limburg vertegenwoordigd is op de culturele kaart in Vlaanderen. Er is wel veel kwaliteit te vinden, maar misschien ook evenveel vooroordelen. Ook in de beoordelingscommissies die beslissen of een dossier de moeite waard is om subsidies toe te kennen. Mensen van buiten Limburg kennen onze context niet, hoe kunnen ze dan beoordelen of we er goed op inspelen? Wij moeten duidelijk werk maken van de PR van de periferie. Dat er geen centrum is zonder periferie, vergeten ze wel eens in dat middelpunt van het land. 

Een deel van het antwoord ligt erin om ook partners buiten de provincie te zoeken. Die uitdaging geldt voor alles buiten de ruit Antwerpen, Brussel, Gent. Daarom is het vaak ook makkelijker om samen te werken met makers uit bijvoorbeeld West-Vlaanderen. Mensen die alleen een stedelijke context kennen, kunnen hier vaak moeilijker aansluiting vinden.”

Dat kunstenaars met Limburgse roots naar een grotere stad trekken is logisch: “Er is enkel hoger kunstonderwijs voor beeldende kunsten en popmuziek in onze provincie. De experten die talent kunnen ondersteunen zijn veel dunner gezaaid. Het is mooi om te zien hoe ze uitzwermen om daarna terug te keren. Het verschil met vroeger is dat er nu wel iets is om naar terug te keren.”

Wij moeten duidelijk werk maken van de PR van de periferie.

Nood aan nabije gidsen

Uit de verhalen van kunstenaars blijkt telkens het belang van een geleider: een persoon, een plek, een huis of een netwerk dat hen een toonmoment, opleiding, richting of een ander zetje gaf. 

“Er is een voortdurende wisselwerking tussen stad en platteland, het is geen of-of-verhaal, maar een en-en-verhaal. Als je vandaag in de kunstwereld wilt doorgroeien kan je door de globalisering en de digitalisering even goed carrière maken vanuit een van de Meetjeslandse gemeenten als vanuit een stad als Gent”, zegt Rebecca Van Rechem van het intergemeentelijk samenwerkingsverband rond cultuur COMEET. “Wel is de netwerkvorming door de densiteit van het aanbod eenvoudiger in een stedelijke context. De rol van COMEET zit dan ook in die netwerkfunctie. We ondersteunen mensen die verdere stappen willen zetten en wijzen hen de weg met ideeën, contacten, eventuele subsidie- en samenwerkingsmogelijkheden, infrastructuur, ...”

De Genkse schepen van cultuur Anniek Nagels beaamt: “Artistieke ontwikkeling is één ding, maar voor veel kunstenaars is het zakelijke en economische rondkrijgen een even grote uitdaging. Als lokale overheid moet je matchmaker spelen zodat kunstenaars de juiste ondersteuning krijgen. Om dat goed te doen moet je interlokaal werken.”

Volgens Anniek Nagels is er op het lokale niveau al veel te doen om creativiteit te ondersteunen: “Laten we elkaar alsjeblieft optillen, ervoor zorgen dat cultuur van kleins af aan kan groeien waar je ook woont, wat je achtergrond ook is.”

Elke Verhaeghe van De Federatie heeft een achtergrond in de amateurkunsten en wijst op het belang van nabijheid. “Ik pleit om blijvend in te zetten op goed geïnformeerde gidsen dichtbij huis. Antennes die potentieel opmerken en een waaier aan vervolgtrajecten kunnen aanwijzen: professioneel of in de vrije tijd. Talentontwikkeling is een continue en gedeelde opdracht.” De cijfers van John Lievens ondersteunen dit. Het aantal amateurkunstenaars stijgt en bovendien blijkt dat de amateurkunsten de grootste spreiding kennen in Vlaanderen. “Stellen dat kunst en cultuur alleen een zaak van grootsteden is, is unfair.”

 

Meer groeikansen in cultuurhuizen

Cultuurhuizen in Vlaanderen en Brussel staan voor een pak uitdagingen. Er is een groep mensen die niet aansluiten bij wat cultuurhuizen vandaag doen. Omdat het aanbod te ver is van de woonplaats, of omdat het aanbod niet aansluit bij de eigen aspiraties, smaak of achtergrond. Maar ook omdat mensen misschien liever iets doén dan in het pluche van het theater te gaan zitten.

Tegelijk merken we dat kunstenaars uit stad en periferie nood hebben aan een traject, aan een lijn die uitgeworpen wordt, aan open huizen die hen hun ding kunnen laten doen. Veel cultuurorganisaties zijn een antwoord aan het zoeken op deze uitdagingen: open programmeren, contextueel werken en investeren in samenwerking. Met nieuwe verwachtingen naar de beleidsmaker en de cultuurwerker.

Van programmeren naar contextueel werken

Heel wat gemeenschapscentra en cultuurcentra hebben een volle kalender: ze programmeren zelf en zetten daarnaast nog in op een receptieve werking. Er is een gebrek aan kleinere en polyvalente ruimtes. Wie aanklopt met een idee vindt geen ruimte, laat staan ondersteuning om het uit te werken. 

De agenda voor elk cultuurhuis:

  • maak een open programmatie met vrije ruimte
  • herverdeel macht
  • werk participatief en inclusief

Maar het kan ook anders. “Als culturele speler moet je inspelen op de noden van de gemeenschap waar je actief bent”, zegt Mehdi Maréchal, “Gemeenten zijn zich vaak niet bewust van hun specifieke situatie, de context waarin ze hun aanbod willen brengen.”

Pieter Taccoun van GC De Wildeman in Herent heeft er een uitgesproken beeld over: “Een gemeenschapscentrum moet veel meer buiten de  ‘administratieve – gemeentelijke’ lijntjes kleuren. Eigenheid, karakter, rock ’n roll, ondeugendheid, durf, open, stout, creatief, tegen de stroom in, midden in het middenveld, bezoekers als hefboom op het beleid, adviesraden en subsidies herdenken, uit de muren breken, de hort op, flexibel, kort op de bal…”

Je kan geen beleid maken vanachter je computer

Een dergelijke cultuurwerking opzetten vraagt dus een andere opstelling. “We moeten midden de bevolking staan. Herent is sterk aan het veranderen en wij moeten mee. Door goed te luisteren en korter op de bal te programmeren. Je moet je als ambtenaar ook niet verschuilen achter reglementen. Dat is niet meer van deze tijd. Ik wil iedereen aan boord. dat betekent ook mede-eigenaarschap, dat betekent dat je ook populair gaat, dat je pop-up werkt. En dat gaat ook over de manier waarop we participatie organiseren. We vragen nu zes jaar engagement in een adviesraad, maar mensen willen soms gewoon tijdelijk hun ei kwijt.”

Els Buelens van het Cultuurcentrum van Evergem vindt het essentieel om cultuur te verbinden met de lokale context: “Zowel een dorp als een stad hebben elk hun verhalen die tot inspiratie kunnen leiden. Die inspiratie kan komen van geschiedenis, natuur, verbindingen tussen mensen. Als Cultuurcentrum kan je inspelen op wat er zich afspeelt op die plaatsen. Zo heeft het Cultuurcentrum in de loop der jaren ingespeeld op verschillende gebeurtenissen. Een voorbeeld hiervan is een sociaal-artistiek project dat we samen met Victoria Deluxe deden over de Evergemse wijk Zandeken die verdween bij de uitbreiding van de haven. Daarbij gingen we in gesprek met de bewoners en kregen we inzicht in wat het proces bij hen teweeg bracht.”

Contextueel werken is ook een must voor de Genkse cultuurschepen Anniek Nagels: “Ook in de schoolprogrammatie zou ik de boel durven omgooien. Nu kiezen ze uit het bestaande aanbod, maar dat zouden we ook eens kunnen omkeren door te vertrekken van een probleem dat leeft binnen scholen en een gezelschap de uitdaging geven om daarop verder te werken.”
Ruimte geven aan makers

Er is nood aan speelplekken, makersplekken, labo’s en ruimte voor experiment. En daar kunnen cultuurhuizen een antwoord op bieden, in de stad maar ook buiten de stad. 
Dieter Sermeus: “Bij Trix is er veel druk voor residenties. Er liggen kansen om plek te geven aan artiesten buiten de stad, dat verlicht dan de druk op de ruimtes in de stad. Maar dan moet je elkaar ook durven ruimte te geven en kruisbestuiving mogelijk maken.”

Volgens Jo Sollie zal het inzetten op makers en op open ruimtes ook vragen om een ander denken vanwege beleidsmakers. “Maken is minder zichtbaar en kan je minder verkopen. Dat is een ander soort werking en daar moet je een ander soort ruimte voor creëren. Maken werkt meer achter de schermen en vraagt om een meer participatieve werking. Dat strookt dan wel minder met hoe de huizen nu zijn gevormd en hoe ze werken met hun publiek.”

“Als lokaal bestuur kan je er ook voor kiezen om opdrachten zoals 'experiment' en 'creatie' in samenwerkingsovereenkomsten met partners en externen te benoemen. Zo vermijd je de rigiditeit van interne regels en procedures”, zegt Toon Vanotterdijk. Hij stampte mee een pop-up jeugdhuis uit de grond in Hasselt, een huis - De Serre - waar jongeren groeikansen krijgen zonder veel regels en restricties en met gepaste ondersteuning. 

Bram Dobbelaere reisde als kunstenaar Vlaanderen al rond: “De opdeling tussen stad en kleine gemeente is minder belangrijk dan de mensen. Alles staat of valt met de mensen. Als die cultuur in hun hart hebben is het altijd interessant. Is er een openheid, wil men buiten de lijntjes kleuren?”

DIY en gewoon starten

De vraag is natuurlijk of je pas kan creëren als er een heel ondersteuningsapparaat voor je klaar staat. Zeker buiten de stad is het soms ver zoeken naar kansen.

Jeugdwerker Toon van Otterdijk is ook muzikant en pleit voor de Do It Yourself aanpak, geïnspireerd door drummer Mario Goossens die in zijn thuisgemeente achter de hoek woonde: “Er is wel wat te overwinnen als je niet in de stad opgroeit. Er is veel druk op ruimte, er zijn weinig podiumkansen. Het voordeel van een rolmodel als Mario Goossens is dat je wel ziet dat je het ook gewoon kan doen. Een gezonde DIY-aanpak helpt wel. Als er geen podium is, timmer er dan een.” 

Geen podium? Timmer er een!

En dat is wat Toon ook als jeugdwerker in Hasselt wil doen: “Laat ons als jeugddienst ervoor zorgen dat de ruimte er is, en het kader. Dat is iets belangrijk: een ruimte om te experimenteren om op je bek te gaan. We gaan ook altijd radicaal ‘ja’ zeggen als een jongere met een idee komt.

De noodzaak en het gevoel dat er onaangeroerd potentieel is, dat maakt dat je dingen doet. Ik vind dat we in Vlaanderen heel vaak starten met ‘laat ons iets duurzaam bouwen’ met allerlei subsidies en regels en dan denken we daar twee jaar over na en dan gaan we opstarten. Maar dan is vaak de noodzaak al gewoon weg. Ik denk dat we de logica soms gewoon moeten omkeren. Door te starten en daarna de bedenking maken ‘heeft dit bestaansreden’ en ‘moeten we het nog wat laten groeien’.”

Minder solo, meer samenwerken

Cultuurhuizen hebben ook nog veel te halen uit samenwerking. Daar is op vandaag niet altijd (mentale) ruimte voor. “Er is nog heel veel mogelijk. Iedereen is zo bezig met zijn eigen activiteiten dat er weinig tijd is voor samenwerking”, zegt Jo Sollie, “Het is belangrijk dat er ruimte is om mensen bij elkaar te brengen. er is veel gedrevenheid en goesting, maar er is een gebrek aan tijd, mensen en middelen. Je moet de gemeente vaak ook voorbij een enge blik krijgen.”

Alexander Vantournhout: “Een cultuurcentrum geeft een blik op de wereld via voorstellingen, maar geeft geen blik op creatie. Het valt me op dat er minder after talks zijn in kleine steden. Nochtans moeten we inzicht geven in hoe je kunst maakt. We moeten het publiek een bril geven, meer praten over voorstellingen. Ik speel ook in Frankrijk en daar is alles veel meer geconnecteerd met elkaar. Je zou bijvoorbeeld ook meer amateurs en professionelen samen kunnen aanbieden. Cultuurcentra zouden hun huis meer open moeten zetten, om amateurs bijvoorbeeld te begeleiden naar een toonmoment.”

Dat vraagt dus een minder volle kalender die ruimte laat voor initiatief.  En dat vraagt ook meer samenwerking en specialisatie, binnen een regio en tussen werkvormen. Je zou cultuurhuizen meer kunnen verbinden met educatie, meer met andere sectoren in de lokale samenleving. 
Volgens Dieter Sermeus van Trix valt er veel te leren van het jeugdwerk: “Het proces is er belangrijker dan het resultaat. In cultuur is het andersom. en we zouden kunnen leren van elkaar. Trix wordt betaald vanuit cultuur én jeugd en dat wringt soms maar is wel boeiend.”

Lessen uit het jeugdwerk:

  • zet het traject en proces centraal
  • mislukken mag en kan
  • werk vanuit de biotoop, vanuit de context van jongeren

Cultuurbeleid wordt uitgedaagd

Open en wendbare cultuurhuizen die actief inspelen op hun context en ruimte bieden. Dat is dus de richting die wordt aangewezen in de Zaak Cultuur. Maar dat vraagt dus ook om een andere aansturing van deze cultuurhuizen. En een andere kijk van beleidsmakers. “Bij het lokale beleid ontbreekt het vaak aan deskundigheid - en soms ook goede wil - om iets te bereiken. Er is ontstellend weinig kennis over cultuurbeleid”, aldus het Limburgse Kunstenoverleg, “Dat de kunsten ondergebracht worden onder vrije tijd, zegt genoeg. Ze zien vaak niet in wat een kunstenorganisatie kan betekenen voor een stad. Vlaanderen zou die professionaliteit mee moeten afdwingen. Meer en meer wordt er gewerkt met algemene enveloppes voor sport, jeugd en cultuur. Cultuur komt dan op de laatste plaats. Vlaanderen zou daar quotagewijs iets aan moeten doen.”

Burgemeester van Roeselare Kris Declercq presenteert een aantal recepten: “Specialiseren. Transversaal werken, waarbij het niet altijd met welzijn hoeft te zijn, het kan ook gaan over klimaat en economie. De beste manier om mensen mee te hebben is vanuit het onderwijs. We moeten ons afvragen hoe je een gemeenschapscentrum extra muros invult: terug naar de wijken en de open lucht weer ontdekken als humus voor cultuur. En we moeten politici begeleiden naar een nieuw profiel.” 

Kris Declercq hekelt het cliëntelisme waarbij men cultuurbeleid herleidt tot een subsidie aan de eigen theatervereniging. Hij stelt een regionaal model van samenwerking voor waarin gemeenten op zoek gaan naar regionale niches. “We moeten af van het belfortmodel en meer samenwerken. En ook in die samenwerking moeten we de regio voor ogen hebben. ‘I want my money back’, daar moet je ook tegen kampen.”

Lokale mandatarissen overtuigen om samen te werken met gemeenten uit de buurt is niet altijd gemakkelijk, beaamt Bart Caron. “Zeker gemeenten met minder dan vijftien- tot twintigduizend inwoners willen hun lokale autonomie behouden. Daar doen functionarissen erg sentimenteel over. Als we de middelmatigheid willen doorbreken, zal er meer moeten samengewerkt worden, zowel tussen lokale besturen als over de verschillende sectoren heen.”
 

Inspiratie

Ter voorbereiding van het debat vroegen we aan een aantal experten om vanuit hun invalshoek te kijken naar dit thema. Hun stemmen en inzichten voeden mee het debat.

We starten met een gesprek waarin Tom Ternest van Het Eenzame Westen, een theatercollectief dat er bewust voor kiest om in het dialect voorstellingen te spelen, vertelt over zijn ervaringen.

Laatst gewijzigd: 17/11/2020 - 17:25

Interview Tom Ternest - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

We legden onze stelling ook voor aan een aantal leden van het Limburgs Kunstenoverleg en luisterden naar hun suggesties.

Laatst gewijzigd: 19/11/2020 - 13:14

Interview Limburgs kunstenoverleg - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Elke Verhaeghe, stafmedewerkster van De Federatie vertelt vanuit haar ervaringen, zowel als inwoner van een kleine gemeente als als promotor van de amateurkunstensector en het sociaal-cultureel Volwassenenwerk in Vlaanderen.

Laatst gewijzigd: 20/11/2020 - 10:17

Artikel Elke Verhaeghe - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Anniek Nagels is reeds 10 jaar schepen van Cultuur in de diverse stad Genk en werd in september voorzitter van het VVSG Centrumstedenoverleg. Ook zij geeft haar mening.

Laatst gewijzigd: 20/11/2020 - 10:18

Interview Anniek Nagels - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Professor dr. John Lievens screende voor ons recent onderzoek in Vlaanderen en het buitenland en beantwoordt in dit webinar een aantal vragen over cultuurparticipatie.

Alexander Vantournhout, afkomstig uit Roeselaere geeft uitleg bij zijn verhaal als kunstenaar.

Wim D'hayer (Publiq) ging in gesprek met een aantal spilfiguren uit het Meetjesland.

Laatst gewijzigd: 26/11/2020 - 15:17

Interview COMEET, CC Evergem, Cultuurdienst Zelzate - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur

Bart Rogé (Demos) legde een aantal vragen voor aan voormalige parlementslid Bart Caron.

Laatst gewijzigd: 26/11/2020 - 15:18

Interview Bart Caron - De Zaak Cultuur

De Zaak Cultuur